Blog

Veertig

Toen ik veertig werd heb ik besloten alsnog mijn muziekstudie te voltooien. Vervolgens ben ik dan ook afgestudeerd aan het conservatorium in Den Haag. Er waren al eerder momenten dat ik het niet droog hield; toen ik mijn toelatingsgesprek had gedaan en was aangenomen – als student van veertig – kon ik op de drempel van het conservatorium mijn tranen al niet bedwingen. Dit was wat ik altijd had gewild, en wat mijn familie me in mijn jeugd altijd had afgeraden. ‘’Muziek is leuk, maar je moet het er gewoon naast doen, als hobby.’’ Het was de vereffening van een oude rekening om daar, na al die jaren, toch nog te gaan studeren.

De commissie had het wel vreemd gevonden: een kerel van veertig met al een halve carrière in het cabaret en op tv achter de rug die nog zonodig wil afstuderen. Ik werd behoorlijk doorgezaagd voordat de heren overtuigd raakten van mijn oprechte intenties. Ze dachten eerst waarschijnlijk dat ik even snel een papiertje wilde halen, enkel op basis van mijn ervaring in het vak. Maar dat was niet zo. Ik had (en heb) nog steeds een hele hoop te leren in het muziekvak, en was vast van plan de hiaten in mijn ontwikkeling bij te spijkeren.
Voor mijn eindexamen heb ik variaties voor Strijkorkest geschreven. Ik ben namelijk verzot op violen. Ik vermoed dat ik het van kleins afaan heb geassocieerd met belangrijke concertzalen en grote musici. Maar het bleek niet eenvoudig om een orkest van 17 man bij elkaar te krijgen; vijf eerste violen, vier tweede violen, vier altviolen, drie celli en één contrabas.
Op de dag van mijn examen waren de meesten verhinderd, dus moest ik de stukken eerder opnemen met een videocamera, en deze op mijn examen op een groot scherm afspelen.

Zo gezegd zo gedaan. We mochten een dag opnemen in theater aan het Spui in Den Haag. En daar was het dat ik mijn eerste keer beleefde. De geluidstechnicus, de videofilmer en ik waren het enige publiek. Verder was de zaal leeg. Ik deelde de partijen uit. Men bekeek de noten even vluchtig, en al spoedig riep de dirigent iedereen tot de orde. Hij hief de handen omhoog, en het orkest zette in, met die fluwelen klank van fluisterzachte strijkers. De klank die ik eigenlijk alleen ken van platen en cd’s, en van een enkel concert. De klank die al meteen een sfeer van autoriteit en klasse oproept. Ik stond als aan de grond vastgepijkerd, want dit was de eerste keer dat een heus orkest mijn eigen noten speelde; de rillingen liepen over mijn rug. Ik was zo ontroerd dat ik niet meer kon huilen; ik was het huilen voorbij. Voor de allereerste keer speelde een ensemble de noten die ik had opgeschreven.
Er is geen groter kado dan een orkest wat jouw noten speelt. Stel je voor:
een groep van – in mijn geval – zeventien man die ingespannen turen naar de stipjes die jij hebt neergezet. Het is alsof je voor een groep ademloze toehoorders mag vertellen over datgene wat jou ten diepste beweegt.

Aan het einde van de opname gingen alle strijkers weer doodgemoedereerd naar huis. Zich totaal niet bewust van wat ze zonet in mijn hoofd hadden aangericht. Ik keerde verbijsterd en vervuld terug naar huis, waar de kinderen mij net zo begroetten als anders: ha pappa. Ze hadden geen idee van het zojuist gedichte lek in mijn ziel.